Naar regionale referentiewaarden voor bodem organische stof.

De aanmeldlink staat op de website

In de collegereeks ‘What About Soil’ is op 15 december van 17.45 – 20.00 uur het eerste college van dit studiejaar met als thema ‘Leve(n)de Bodem Brabant: praktijk en wetenschap over organisch stof’. Het is voor het eerst dat het college hybride aangeboden wordt en is zowel online als op locatie te volgen.

Management van organische stof is belangrijk voor de landbouwkundige produktie en koolstofvastlegging. Daarbij spelen verschillende fracties van organische stof een grote rol. Toch is er weinig bekend over regionale referentiewaarden voor organische stof, zowel wat betreft het bulkgehalte als van de fracties. In deze presentatie ga ik in op lopend onderzoek hiernaar. Eerst bespreek ik het onderzoek naar organische stoffracties in minerale gronden door heel Nederland, met name de regionale verschillen (BedrijvenNetWerk (BNW) van de PPS Beter Bodembeheer). Vervolgens zoom ik in op resultaten van demo-veldjes waarin actief werd gewerkt aan opbouw van organische stof (Leve(n)de Bodem Brabant (LBB)).  Het BNW omvat 16 akkerbouwbedrijven op minerale gronden door heel Nederland. In november 2019 zijn op twee percelen van elk bedrijf grondmonsters genomen voor analyse van het organische stofgehalte (Soil Organic Carbon (Kurmies) en van verschillende fracties (Hot Water Exchangeable Carbon (HWC), permanganate-oxidizable carbon (POXC), MicroResp, en Rock Eval Pyrolyse. Over de periode 2010-2019 zijn teeltgegevens van de percelen verzameld. Met het ROTHC-model is de verandering in koolstofvoorraad over deze periode berekend. De resultaten worden besproken met het oog op de noodzaak van regionale referentiewaarden. In het LBB-project zijn bij telers op zand- en kleigronden demo’s aangelegd van maatregelen gericht op de opbouw van organische stof. Voorbeelden hiervan zijn aanvoer van compost, teelt van groenbemesters, en NKG. In de demo’s heeft  monitoring plaatsgevonden van het bulkgehalte en de fracties organische stof (HWC, MR, RockEval). Na een vergelijking van resultaten van beide projecten zullen aanbevelingen worden gedaan voor de afleiding van regionale referentiewaarden en hun doorwerking naar de praktijk.

red. Hanegraaf M.C., Vervuurt W., Jansen S., De Wit D, Van Haperen A, Franssen M & C. Oele

Geef een antwoord

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment